Harville Hendrix

We plaatsen bovenstaande visie van Nijs naast de visie van Hendrix (1990) auteur van het boek ‘De volwassen relatie: groeien in liefde’.

Volgens Hendrix (1990) kan de partnerkeuze wat ‘verklaard’ worden vanuit een zogenaamde oude-hersenlogica.
In de hersenen kunnen we drie concentrische lagen onderscheiden:

  • de hersenstam die de voortplanting, zelfbehoud en vitale functies beheerst;¨
  • rond het bovenste gedeelte van de hersenstam ligt het limbisch systeem dat emoties voortbrengt. Samen met de hersenstam vormt het hetgeen we ‘oude hersenen’ gaan noemen;
  • het derde gedeelte is de cerebrale cortex die onderverdeeld is in vier lobben of kwabben. Dit deel van de hersenen is bij de homo sapiens het meest ontwikkeld en beheerst de meeste van onze cognitieve functies. We zullen de cerebrale cortex beschrijven als ‘nieuwe hersenen’ omdat dit deel van de hersenen in de evolutionaire geschiedenis het laatst is ontstaan. De nieuwe hersenen zorgen dat je bewust en alert bent, en in contact staat met je dagelijkse omgeving. Ze zorgen dat je beslissingen kunt nemen, kunt denken, observeren, plannen maken, anticiperen, reageren, informatie organiseren en ideeën kunt ontwikkelen. De nieuwe hersenen zijn logisch ingesteld. In zekere mate kunnen ze de instinctieve reacties van de oude hersenen temperen.

Na jaren van theoretisch onderzoek en klinische observaties ontdekte Hendrix dat we op zoek zijn naar iemand die de belangrijkste eigenschappen vertoont van de mensen die ons hebben grootgebracht. Onze oude hersenen, die zich slechts vaag bewust zijn van de buitenwereld, proberen de omgeving van de jeugd opnieuw te creëren. De reden waarom ze dit doen is een dwingende behoefte om oude wonden uit de jeugd te helen. De primaire reden waarom je verliefd bent geworden op je partner is dan ook niet dat hij of zij jong en mooi was, een belangrijke baan had of gewoon een aardig mens was. Je bent verliefd geworden omdat je oude hersenen geloofden dat ze eindelijk de ideale kandidaat hadden gevonden om de psychische en emotionele schade die je in je jeugd hebt opgelopen, te herstellen. Deze schade kan betrekking hebben op ernstige trauma’s, maar zelfs als je bent opgegroeid in een veilige, koesterende omgeving draag je onzichtbare littekens die je in je jeugd hebt opgelopen. In een relatie zijn er dus verborgen verwachtingen. Eén van die verborgen verwachtingen zou hierin kunnen bestaan dat we de oorspronkelijke heelheid van de prenatale fase en de eerste paar maanden van ons leven willen herstellen. Als volwassenen schijnen we ons vagelijk iets van deze staat van oorspronkelijke heelheid te herinneren. Om de een of andere reden verwachten wij dat onze partner dit gevoel van heelheid als bij toverkracht kan herstellen. Hoewel wij ons niets van deze eerste maanden van ons leven herinneren, zitten onze oude hersenen nog steeds gevangen in het perspectief van de zuigeling. Hoewel we nu volwassen zijn en zelf kunnen zorgen dat we warm en droog blijven en op tijd te eten krijgen, verwacht een verborgen deel van onszelf nog steeds dat de buitenwereld voor ons zal zorgen. Als onze partner zich vijandig gedraagt of alleen maar weinig behulpzaam is, begint er diep in onze hersenen een alarmbel te rinkelen die ons vervult met doodsangst.
Tijdens onze opvoeding en socialisatie wordt ons duidelijk gemaakt, openlijk of bedekt, dat slechts een deel van ons zelf goedkeuring wegdraagt. Als reactie daarop houden we mogelijks bepaalde delen van onszelf verborgen voor ons bewustzijn, we kunnen dit het ‘verloren zelf’ noemen. Als we klagen dat we ‘niet kunnen rationeel denken’ of ‘niet kunnen klaarkomen’, … betreft het vaak zaken die niet verdwenen zijn maar op dat ogenblik geen deel uitmaken van ons bewustzijn. Sommige gedachten en gevoelens lijken op gegeven ogenblik zo onaanvaardbaar dat ze uitgebannen worden. Het zogenaamde superego zorgt voor verdringing. De prijs hiervoor is een verlies van heelheid.
Om de leegte op te vullen creëert het kind een ‘vals zelf’. Bv een jongentje dat te weinig liefde ervaart van de moeder, doet zich voor als iemand die niet van dat sentimentele gedoe houdt en zal de behoefte aan intimiteit en seksualiteit bekritiseren bij de partner.
Op een bepaald moment in het leven wordt deze ingenieuze vorm van zelfbescherming oorzaak van nieuwe pijn: het kind krijgt kritiek op zijn negatieve eigenschappen. Vb. bovenstaand jongetje wordt afgekeurd omwille van zijn zelfstandigheid. Om een positief zelfbeeld te bewaren worden deze negatieve eigenschappen vaak ontkend.

De oorspronkelijke heelheid is dus uiteengevallen in een ‘verloren zelf’, een ‘vals zelf’ en een ‘ontkende zelf’; je bent je alleen nog maar bewust van die delen van je oorspronkelijke wezen die intact zijn gebleven en van bepaalde gedeelten van je valse zelf. Deze elementen vormen samen je ‘persoonlijkheid’. We gaan dus maar als halve mensen door het leven. Inwendig voelen we ons leeg. We proberen deze leegte op te vullen met voedsel, drugs en bezigheden, maar waar wij werkelijk naar verlangen is onze oorspronkelijke heelheid, ons volledige scala van emoties. We zijn ervan overtuigd dat als we de juiste persoon –de volmaakte partner- kunnen vinden, we weer heel zullen worden. Om redenen die ik in het volgende hoofdstuk nader zal bespreken heeft deze persoon onveranderlijk zowel de positieve als de negatieve eigenschappen van onze ouders.
Veel mensen kunnen moeilijk het idee aanvaarden dat ze hebben gezocht naar een partner die leek op hun ouders. Op bewust niveau zochten zij iemand met alleen positieve eigenschappen. Maar wat hun bewuste bedoelingen ook zijn, de meeste mensen voelen zich aangetrokken tot een partner die zowel de positieve als de negatieve eigenschappen van hun ouders vertoont, en kenmerkend is dat de negatieve eigenschappen meer invloed hebben.
Als mensen hun partner op logische gronden zouden uitzoeken, zouden ze iemand kiezen die de tekortkomingen van hun ouders zou goedmaken. Het zoeken naar een partner wordt echter niet geleid door de logische, geordende nieuwe hersenen, maar door de oude hersenen, die in het verleden gevangen zitten. De oude hersenen hebben genoeg koestering ervaren om te overleven, maar niet genoeg om zich voldaan te voelen. Ze proberen daarom terug te keren naar de oorspronkelijke bron van frustratie, zodat je alsnog met de onverwerkte conflicten uit het verleden kunt afrekenen.
Ook het onbewuste verlangen je verloren zelf te herstellen, de gedachten en gevoelens die je hebt moeten onderdrukken om je aan je familie en de samenleving aan te passen steekt hier terug de kop op. Als je om je heen kijkt vind je volop bewijs dat mensen partners uitkiezen met aanvullende eigenschappen. De een is een vlotte prater, zijn vrouw is bedachtzaam en introvert; de een houdt van dansen, de vriend is stijf en harkerig;…

Bij het zoeken naar de ideale partner, iemand die zowel lijkt op je ouders als compensatie biedt voor de verdrongen delen van jezelf, laat je je leiden door een onbewust beeld dat je je sinds je geboorte van de andere sekse hebt gevormd. Dit ‘imago’ is een samengesteld beeld van de mensen die je op vroege leeftijd het sterkst hebben beïnvloed. Of je je tot iemand aangetrokken voelt hangt sterk af van de mate waarin deze persoon lijkt op je imago. Net als met andere aspecten van het onbewuste ben je je van dit uitgebreide sorteermechanisme niet bewust.
Bovenstaande verklaart dat sommige mensen al bij een eerste ontmoeting het gevoel hebben elkaar te kennen. Dit wijst er ook op dat we iemand vrij snel kunnen taxeren. We nemen intuïtief veel meer van andere mensen in ons op dan we ons bewust zijn.
Niet iedereen vindt een partner die zo goed bij zijn of haar imago past. Soms blijken slechts een of twee belangrijke karaktertrekken goed aan te sluiten en voelen partners zich in eerste instantie niet zo heftig tot elkaar aangetrokken. Dergelijke relaties zijn vaak minder hartstochtelijk maar ook minder problematisch dan relaties waarin de overeenkomst groter is. De reden waarom er minder hartstocht is, is dat de oude hersenen nog steeds op zoek zijn naar de partner die de optimale bevrediging kan brengen. Verder zijn er minder problemen omdat in de relatie niet zoveel jeugdconflicten opnieuw aan de orde komen. Als relaties met een zwakke imago-overeenkomst worden beëindigd is dit vaak omdat de partners geen belangstelling meer voor elkaar hebben.
Inmiddels hebben we een completer beeld van het mysterie van de romantische aantrekkingskracht. We hebben ook meer inzicht gekregen in relatieconflicten: als we onze partner vooral uitkiezen omdat hij lijkt op onze primaire verzorgers, is het onvermijdelijk dat hij of zij een paar uiterst gevoelige wonden opnieuw gaat openhalen.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License