Hulpverleningsproces

Aandacht voor de sekse in het hulpverleningsproces

Sekse speelt op verschillende manieren een rol in de interactie tussen hulpverleners en cliënten.

Mannelijke en vrouwelijke hulpverleners interpreteren klachten en problemen van mannelijke en vrouwelijke cliënten verschillend.
vb. een man gaat na de geboorte van zijn eerste kind meer werken, wat zijn vrouw niet in dank afneemt. Er ontstaan wat relatieproblemen. Een vrouwelijk hulpverlener zal mogelijks met hem proberen te bespreken waarom hij meer is gaan werken en op een impliciete manier zijn gedrag vanuit een vrouwelijk perspectief afkeuren. Het is belangrijk dat zij begrijpt dat de man mogelijks vanuit zijn vaderlijke verantwoordelijkheid meer is gaan werken.

Van Oost en van der Vlugt (2002) stellen dat het vaak makkelijker is je in te leven in cliënten van de eigen sekse. Het kan bijvoorbeeld moeilijk zijn voor een mannelijk hulpverlener om te begrijpen waarom vrouwelijke cliënten soms teveel zorgen voor anderen en hun eigen grenzen te weinig bewaken (en misschien ook nog vindt dat vrouwen hierover te veel zeuren). Het is dan zijn taak dit gedrag te begrijpen in de relatie met de seksesocialisatie en sociaal-maatschappelijke positie van die vrouw (binnen haar generatie en cultuur).
Je hoort ons niet beweren dat het onmogelijk is dat mannelijke hulpverleners zich herkennen in de problematiek van vrouwelijke cliënten en vice versa vrouwelijke hulpverleners naar mannelijke cliënten. Van Oost & Van der Vlugt (2002) gaan er wel van uit dat deze herkenning nooit dezelfde diepgang kan krijgen, omdat je van iemand van de eigen sekse beter aanvoelt welke betekenis je aan zijn of haar woorden moet hechten.
Dit laatste is ongetwijfeld niet altijd waar. Het gevaar bestaat dat je in een seksehomogeen contact te snel het gevoel hebt dat je de ander goed aanvoelt en te snel een betekenis aan zijn of haar woorden gaat hechten.
Desalniettemin is het belangrijk zich bewust te zijn van de valkuilen die de eigen sekse kan meebrengen. Ieder neemt zijn eigen referentiekader mee in het hulpverleningscontact. We schetsen hieronder een aantal mogelijke situaties.

vb. Als een mannelijk cliënt het 'moeten vragen' naar hulp ervaart als verlies van status en mannelijkheid, dan kan hij dat sterker voelen ten opzichte van een mannelijk hulpverlener.
vb. Veelal zal een mannelijke cliënt een praktische oplossing verlangen waarmee hij verder kan. Vrouwen uiten doorgaans hun gevoelens nog wat gemakkelijker en zijn vaker gewoon om ervaringen met elkaar te delen. Zij zullen het mogelijks net moeilijker hebben met een mannelijk hulpverlener die oplossingen aan komt dragen.
vb. In een sekshomogeen contact tussen een vrouwelijk hulpverlener en een vrouwelijke cliënt kunnen vrouwelijke eigenschappen als emotionaliteit, zorg en verbondenheid het contact gaan domineren. ook dat is niet gewenst want zo kan er een te sterke afhankelijkheidsrelatie ontstaan.
Als tussen een mannelijke hulpverlener en een mannelijke cliënt de mannelijke eigenschappen domineren, zoals prestatie, competitie kan er een machtsstrijd ontstaan.
Valkuilen voor mannelijk hulpverleners zijn dus mogelijks te veel distantie of een te actieve opstelling; en voor vrouwelijke hulpverleners overbetrokkenheid en een passieve opstelling. Een bewustzijn hiervan is belangrijk maar ook het besef dat alle opstellingen zowel bij mannelijk als vrouwelijk hulpverleners voort kunnen komen.

Bovenstaande voorbeelden maken duidelijk dat er ook verschillende verwachtingen kunnen zijn van de kant van de cliënten ten opzichte van een mannelijk of een vrouwelijk hulpverlener. Soms zal een vrouw die hulp zoekt ervan uitgaan dat een vrouwelijk hulpverlener beter in staat is zich in te leven in haar problematiek dan een mannelijk hulpverlener. Het kan goed zijn om te vragen naar de voorkeur van de cliënt, en de motieven of argumenten van de cliënt hiervoor te bespreken. Zo kan in gezamenlijk overleg gekeken worden wat het beste is. De voorkeur van de cliënt hoeft dus niet altijd gevolgd te worden, al moeten er wel goede argumenten zijn om af te wijken van zijn voorkeur. Of een hulpverlening effectief is, hangt immers voor een groot deel af van de mate waarin het klikt met de hulpverlener.

vb. voor cliënten die geconfronteerd zijn met seksueel geweld kan de confrontatie met een hulpverlener van hetzelfde geslacht als de dader tijdelijk te moeilijk zijn
vb. voor allochtone cliënten kan het ook van belang zijn dat de hulpverlener dezelfde sekse heeft, omwille van de angst voor roddel in de gemeenschap
vb. bij relatieproblemen kan het interessant zijn te werken met een hulpverlenersduo waarbij elk geslacht vertegenwoordigd is
vb. een mannelijk cliënt wil misschien een vrouwelijk hulpverlener omdat hij denkt dat die beter luistert en omdat hij zich ten aanzien van haar minder voor haar problemen schaamt.

Terug naar
1. Wat is seksespecifieke hulpverlening
2. Meerwaarde van seksespecifieke hulpverlening
3. Methodische aspecten van seksespecifieke hulpverlening

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License