Seksuele Disfuncties

Classificatie en behandeling

We gebruiken hier de indeling van de DSM-IV-classificatie. Kenmerkend voor een seksuele disfunctie volgens de DSM is het verminderd of afwezig zijn van seksueel verlangen of stoornissen in de psychofysiologische karakteristiek van de betreffende fase van de seksuele responscyclus. Bovendien dient de stoornis merkbaar leed of relationele problemen te veroorzaken. De betreffende stoornis kan niet uitsluitend in verband gebracht worden met een AS-I stoornis, anders dan een seksuele disfunctie, en wordt niet veroorzaakt door directe fysiologische effecten van iets anders, zoals geneesmiddelen en drugsmisbruik of gezondheidsstoornissen. In elk individueel geval dient gespecifieerd te worden of de klachten er altijd al geweest zijn (primaire aandoening) versus opeens ontstaan (secundaire aandoening); of ze altijd optreden (gegeneraliseerd) of slechts situationeel.
Diagnostiek is het onderkennen van de aard van een ziekte. De etiologie van seksuele stoornissen is meestal gecompliceerd. Voor het stellen van een diagnose dient de vraag beantwoord te worden: begrijpen we wat de reden is van de seksuele stoornis of het seksueel disfunctioneren in dit geval? Daar kunnen zeer veel redenen voor in aanmerking komen. Voor een goede diagnostiek van seksuele stoornissen moeten soms onderzoeksmethoden uit verschillende disciplines gebruikt worden.

Volgende disfuncties worden onderscheiden:
bij de man: verminderd seksueel verlangen, overmatig seksueel verlangen, erectiestoornissen, voortijdige zaadlozing, ejaculatie-incompetentie, dyspareunie…
bij de vrouw: verminderd seksueel verlangen, seksuele aversie, dyspareunie, vaginisme, anorgasmie, …

Behandeling

Voor de behandeling van seksuele stoornissen kunnen we beschikken over psychologische en medische interventies en ingrepen. Niet altijd zijn oorzakelijke therapieën voorhanden, soms moeten we ons behelpen met het bestrijden van de symptomen. De keuze van geïndiceerde behandelingsmethode wordt ook mede bepaald door de hulpverlener. Psychologen hebben een voorkeur voor psychologische benaderingen, artsen voor somatische of symptomatische aanpakken. Er lijkt ook een geslachtsverschil te zijn: stoornissen bij vrouwen worden bij voorkeur psychologisch opgelost en die van mannen somatisch.
Cognitieve gedragstherapieën (bv. RET) lijken in de praktijk werkzamer dan diepergravende psychodynamische therapie.
Sekstherapie is een therapie die op onmiddellijk herkenbare oorzaken intervenieert. Ze werd ontworpen door Masters en Johnson die in een aantal onderzoeken geconstateerd hadden dat veel mensen toeschouwersgedrag stelden. Ze maakten zich zorgen over het vrijen (‘Als hij het maar leuk vindt, zal ik vandaag een stijve krijgen,…), waren bezig met hun vrijgedrag en leken hun aandacht niet bij hun seksuele gevoelens te houden. Ze hadden negatieve verwachtingen.
Masters en Johnson bedachten een ingenieuze manier om deze negatieve verwachtingen tegen te gaan.
De eerste fase van de therapie bestaat uit aandachtig voelen dat je wordt gestreeld. De partners mogen elkaar beurtelings (niet tegelijkertijd) strelen, met vermijding van de genitale zones, coïtus is verboden. Het gaat erom dat men, zo ontspannen mogelijk, aandachtig streelt en voelt dat men gestreeld wordt. Deze aanpak is bekend geworden als ‘sensate focus’ (zintuiglijke focus), je concentreren op je eigen zintuigsensaties. Het doel van het betasten is niet om opgewonden te worden maar om terug besef te krijgen van gewaarwordingen. Degene die betast moet dat doen op basis van hetgeen hem of haar interesseert en niet op grond van een vermoeden van wat de partner wel of niet prettig vindt.
Als cliënten in staat zijn om hun, niet-seksueel gerichte, zintuiglijke ervaringen met plezier te ondergaan en daarvan te genieten (dit wordt uitvoerig besproken met de therapeuten), zijn ze toe aan de volgende stap. De sensate focus wordt uitgebreid met het strelen van de geslachtsdelen en eventueel de borsten. Het verbod op coïtus blijft. In de meeste gevallen blijkt nu dat cliënten seksueel opgewonden raken (al is het doel van de oefening nog altijd het gericht zijn op de gewaarwordingen); het herstel van de seksuele respons is begonnen. Deze opwinding bereidt het lichaam fysiologisch voor op een eventuele coïtus; penis wordt stijf en schede wordt vochtig. In dit stadium wordt het koppel gewoonlijk verzocht het ‘handje-rijden’ te proberen, als een rechtstreekser middel van nonverbale communicatie. Deze oefening wordt om de beurt uitgevoerd. Door één hand boven op de hand van de partner te leggen terwijl hij haar aanraakt, kan de vrouw aangeven of ze meer druk wil, een lichtere aanraking, sneller of langzamer strelen, of een verschuiving naar een andere plaats.
In de volgende fase van zintuiglijke focus wordt het koppel verzocht, in plaats van om beurt elkaar aan te raken, nu wat wederzijds betasten te proberen.
Wanneer dit bij het vrijen regelmatig gebeurt, wordt het oefenen uitgebreid met coïtusoefeningen. Pas als dit voor beide partners rustig en met plezier verloopt, wordt overgegaan op stimulatie door coïtus. Het verdere verloop hangt wat af van de concrete seksuele disfunctie. Voor verschillende seksuele stoornissen bestaan specifieke oefeningen die in het hierboven geschetste patroon van de sekstherapie opgenomen kunnen worden.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License